Charles Arnoldus Kelchtermans

Charles Kelchtermans werd geboren te Peer op 11 oktober 1888 en zijn echtgenote Alda Housen werd geboren te Bree op 12 februari 1893. beide traden in het huwelijk op 7 november 1913.

Charles moest gaan "loten" in 1908 en lootte zich vrij - hij verkocht evenwel zijn vrijstelling van legerdienst aan een zilververkoper uit Neerpelt en ontving hiervoor 1600Fr. wat toen een klein kapitaal was. Op 16 februari 1909 werd hij ingelijfd bij het 1e regiment Carabiniers - 2 Bn - 3 Cie dat toen gelegen was te Brussel. Eind 1912 werd hij met onbepaald verlof gezonden en ging hij werken in Brussel als schrijnwerker. Bij de mobilisatie in augustus 1914 werd hij terug opgeroepen en vocht met de Carabiniers aan de "IJzer". Vier lange jaren van ontbering, koude en wacht aan de IJzer. Veel Carabiniers zijn gesneuveld doch Charles had geluk. Hij vergeet nooit het bezoek van Koningin Elisabeth aan het front en dat hij van haar een pakje St Michel ontving. Ook Koning Albert zag hij regelmatig.

Na 11 november 1914 kwam Charles met het regiment terug naar Brussel en keerde terug naar het burgerleven op 27 juli 1919. Hij woonde te Brussel en werkte bij de trammaatschappij. Bij het overlijden van zijn vader keerde hij terug naar Leopoldsbrug bij de infanterieschool voor OOffr als schrijnwerker. Charles Kelchtermans werd gepensioneerd in 1945.

Charles heeft nog gediend onder Koning Leopold II ''Het was toen veel strenger zegt hij "Zo vloog ik bijna in de bak omdat mijn muts eens scheef stond. Ge moet ze nu eens zien rondlopen, die mannen dat is niets meer".

Geschiedenis

Familienaam : Kelchtermans
Voornaam : Charles Arnoldus (Karel)
Geboren : 11-10-1888
Plaats : Peer
Rang : Soldaat
Gediend van / tot : 04-08-1914 - 09-01-1916
Bij het : 1e Karabiniers
Divisie : 6e Legerdivisie
Gediend van / tot : 28-09-1918 - 11-11-1918
Bij het : Luchtscheepvaart
Divisie : Legertroepen
Volgnummer : 202/22
Frontstrepen : 8
Kwetsuren : 0
Medailles
1976-07-20
1971-11-13
1962-07-20
1952-07-21
1944-07-21




1948-12-23




1947-01-10
1967-12-19


1963-02-26
1960-05-24
:
Officier in de Kroonorde met Gulden Zwaarden
Officier in de orde van Leopold II met Zwaarden
Het Kruis van Ridder in de Leopold Orde met Zwaarden
Ridder in de Kroonorde met Zwaarden
Ridder in de Orde van Leopold II met Zwaarden
Medaille in de Orde van Leopold II Goud
Medaille in de Orde van Leopold II Zilver
Oorlogskruis met palm
Oorlofskruis Mini Fourage
Medaille van den Weerstand
Yzer Medaille
Vuurkruis
De Overwinningsmedaille 1914-1918
Herinneringsmedaille van den oorlog 1914-1918
Herinneringsmedaille van den Oorlog 1940 - 1945
De Medaille van de Militairstrijder van de Oorlog 1940 - 1945
Militair eereteeken 2de klasse
De Herinnerinsmedaille aan de Regeerperiode van Leopold II 1865 1909
Herinneringsmedaille van de Regering van zijne Majesteit Albert I
Erkentelijkheidsmedaille van de Unie der Verbroedering van het Geheim Leger
Medaille Wapenstilstand 1918 - 1968
.Onbekende Medaille

6e Legerdivisie - 1e en 3e Karabiniers

Den 1ste Augustus 1914 wordt het 1e Regiment Karabiniers door de aankomst der reservisten ontdubbeld om het 3e Karabiniers te vormen.

Bij den eersten uitval uit Antwerpen, op 24, 25 en 26 Augustus, zijn het de Karabiniers dier twee regimenten, die de voorhoede der 6e Legerdivisie uitmaken. ‘t Is de eerste maal dat zij vechten en allen vervullen heldhaftig hunne opdracht.

Van 9 tot 12 September 1914 strijden de Karabiniers met dapperheid te Wakkerzeel, Werchter en aan de hoeve Doremael. Helaas! de verliezen zijn zwaar en na die gevechten blijft er nauwelijks een voldoende effectief over om één enkel regiment samen te stellen; het 3e Karabiniers wordt dan ook ontbonden.

Den 29n September strijdt het 1e Karabiniers nogmaals te Sneppelaar en, den 7n October, te Berlaar. Gedurende den slag aan den IJzer, zijn de Karabiniers, van den 20n October af, in ‘t gevecht gewikkeld te Oudstuivekenskerke, aan kilometerpaal 10 van den IJzer, en nemen zij deel aan den beruchten stormloop op de Bocht van Tervate.

Tijdens de heilige wacht langsheen den IJzer bezetten de Karabiniers, van 8-12-1914 tot 14-2-1915, den sector van Diksmuide; daarna, den 9n Maart, gaan zij over naar den sector Noordschoote-Steenstraat.

Het 1e Karabiniers verdedigt hardnekkig de vooruitgeschoven stelling van Drie-Grachten, en het IIIe bataljon neemt deel aan den slag van Steenstraat, bij wiens aanvang de Duitschers voor de eerste maal stikgassen gebruikten.

Na een zeer korte rust keeren de Karabiniers, van 6 Augustus tot 15 December 1915, terug in linie in den sector van Diksmuide, die zeer moorddadig is geworden ten gevolge van de verschrikkelijke bomgevechten.

Van 19 Januari tot 22 December 1916 organiseeren en bezetten de Karabiniers den sector van Nieuwkapelle. Op het einde van het jaar kan het 3e regiment Karabiniers, dank zij de aankomst van versterkingen, terug tot stand worden gebracht; daarna gaan de twee regimenten drie weken manœuvreeren in het Kamp van Mailly. Teruggekomen op ‘t front, gaan de Karabiniers, van 9 Februari tot 3 Mei, den gevaarvollen sector van Steenstraat-Het Sas bezetten: zij beleven er een ellendige periode, ten gevolge van de vinnige koude van dien strengen winter en de lange wachtbeurten van 24 uren in de loopgraven van 1e linie, « loopgraven A » genaamd.

Zonder rust te hebben genoten gaan de Karabiniers op 4 Mei over naar den sector van Nieuwkapelle, waar zij zich onderscheiden door eene reeks verrassingsaanvallen op de vijandelijke stellingen van Woumen.

Na een korten rusttijd trekken zij terug naar de vuurlinie, in den belangrijken sector van Nieuwpoort, westeruiteinde van het westerfront der geallieerden.

Het 1e Karabiniers onderscheidt zich in den « Redan » van Nieuwpoort, terwijl de Karabiniers van het 3e regiment zich te Nieuwendamme met roem overladen bij ‘t afweren van geweldige Duitsche aanvallen.

Den 9de Augustus 1918 gaan de Karabiniers in de sectors van Woesten en Brielen hunne plaatsen innemen voor het offensief.

Verscheidene verrichtingen worden met schitterende uitslagen bekroond: de vijandelijke posten der hoeven Denain, van den Hond en Regina Cross blijven in de handen der Karabiniers van het 1e regiment, terwijl die van het 3e zich meester maken van de hoeven Van Acker, Ferdinand en « Bon Gîte ».

Bij het offensief in Vlaanderen rukken de Karabiniers, in een prachtigen stormloop op tegen de vijandelijke stellingen welke zij veroveren; zij onderscheiden zich vooral te Westroozebeke en te Rumbeke. Tijdens het offensief van 19 October wordt Kolonel stafbrevethouder Bremer, Commandant van het 1e Karabiniers, gedood aan het hoofd van zijn dapper regiment.

Door hun heldhaftig gedrag tijdens den oorlog hebben de Karabiniers de groote eer verdiend voortaan den titel van « Karabiniers Prins Boudewijn » te dragen en hunne vaandels met den nestel der Leopoldsorde te versieren.

CORVILAIN,

Reservekapitein bij het 1e Karabiniers.

Legertroepen - Luchtvaart

De Compagnie Vliegers, opgericht in 1910 begint den veldtocht 1914-1918 met een twintigtal vliegtuigen, verdeeld in de verschillende centrums Wilrijk, Luik, Namen en Leuven.

De bemanningen voeren talrijke verkenningen uit en volgen stap voor stap den Duitschen inval in België.

Die aanvangsperiode heeft aan de compagnie vliegers zware verliezen doen ondergaan; zij krijgt bevel om zich terug te groepeeren onder Antwerpen, waar zij hare werking voortzet. Na den val van Antwerpen, stelt de Belgische Luchtvaart hare basis op te St-Idesbalde: van ‘t begin af van den Slag aan den IJzer staat zij flink onze troepen bij.

Gedurende de stabilisatieperiode, van November 1914 tot September 1918, blijft de luchtvaart aanhoudend op de bres: zij neemt deel aan de krijgsverrichtingen door het uitvoeren van gezichts- en fotografische verkenningen, van vuurregelingen, van bombardementen op de vijandelijke stellingen, van aanvallen op « drachen ».

Het is gedurende die lange periode van onverpoosden strijd dat de Belgische Luchtvaart zich organiseert en zich versterkt om bij het begin van het eindoffensief te beschikken over:

3 jachtescadrilles (de Moeren);

1 escadrille voor nachtbombardementen (Leffrinkhoek);

1 verkenningsescadrille van het leger (Houtem);

6 verkenningsescadrilles van legerdivisies (Moeren-Houtem);

1 escadrille watervliegtuigen (Calais).

Intusschen werd er een escadrille watervliegtuigen samengesteld, die deelnam aan de zegerijke verrichtingen in Duitsch Oost-Afrika.

Belgisch personeel versterkt de Fransche escadrilles en werkt samen met onze geallieerden.

Onder de wapenfeiten van die lange stabilisatieperiode dienen vermeld: de aanval op Steenstraat, het offensief 1917, het bombardement van Houtave.

Den 28n September 1918 breekt het bevrijdingsoffensief los, dat de Duitschers uit hunne versterkte stellingen verjaagt en onze troepen aan den voet der Flandern-Stellung brengt; de luchtvaart neemt aan die aanvallen deel door het vuur harer mitrailleusen, hare langdurige verkenningen, hare medewerking met de artillerie. De toestand van het veroverd terrein en het slecht weder maken alle ravitailleering onmogelijk; drie dagen lang, zonder verpoozen, brengt onze luchtvaart proviand en munitie aan onze troepen.

Het luchtleger zet zijne werking voort gedurende het tweede offensief van 14 October 1918, dat ons in één sprong tot aan het afleidingskanaal, vóór Gent brengt.

Onze escadrilles nemen deel aan de bezetting van den Rijn en richten zich in op de vliegvelden te Bochum, Crefeld en Weiden.

Het bulletin der overwinningen onzer luchtvaart vermeldt:

75 vijandelijke vliegtuigen neergeschoten en 49 vijandelijke « drachten » neergehaald.

De diensten willende erkennen welke door Zijne luchtvaart aan het Land werden bewezen, heeft de Koning in de plooien van haar standaard deze roemrijke vermeldingen: NAMEN, ANTWERPEN, IJZER 1917, VLAANDEREN 1918 doen borduren en hem versierd met den nestel in de kleur der Leopoldsorde.

Een beknopt lijstje van de activiteiten in de Belgische sector van het Ijzerfront. Een summier overzicht van na de IJzerslag 1914 tot het Bevrijdingsoffensief 1918.

1914
15/20 december1914 Belgische & Franse troepen vechten met Britse ondersteuning te Lombardsijde.
24/27 december1914 Nieuwe Franse & Belgische offensieven te Lombardsijde.

1915
Januari 1915 In de duinen van Lombardsijde gevechten door Belgische & Franse troepen
2/14 april 1915 Strijd tussen Duitsers en Belgen te Driegrachten & Diksmuide.
22 april 1915 Rechtse flank van de Belgen betrokken bij de eerste Duitse gasaanval
19/21 juni 1915 Belgische troepen veroveren terrein ten NW van Diksmuide.
06 augustus 1915 De Belgen verlaten hun posities te Heernisse op de rechteroever van de IJzer ten zuiden van Diksmuide

1916
02 mei 1916 Kleinschalige Duitse acties ten noorden van Diksmuide.
10 mei 1916 Duitse luchtaanvallen op de spoorlijnen rond Adinkerke
28 mei 1916 Duitse luchtaanvallen op het vliegveld van Koksijde
14 december Hevig artillerieduel te Steenstrate

1917
20 januari 1917 Zwaar artillerievuur op Diksmuide
26 januari 1917 De Duitsers veroveren de Belgische voorposten ten ZW van Diksmuide
15 april 1917 Te Diksmuide vorderen Belgische troepen tot in de tweede Duitse lijn.
27 juli 1917 Men ontdekt dat de Duitse loopgraven te Boezinge verlaten zijn, geallieerde troepen rukken op, de Belgen tot Noordschote
1/15 augustus 1917 Zwaar artillerievuur langsheen het volledige front
27 oktober 1917 Belgische troepen maken deel uit van een geallieerde aanval, Luigem, Kippe, Merkem & Aschloop worden ingenomen
28 november 1917 Duitse offensieven tegen de Belgen te Merkem

1918
18 februari 1918 Britse en Belgische troepen doen aanvallen op het Bos van Houthulst
26 februari 1918 Duitse tegenaanvallen op de Belgische lijnen.
5/6 maart 1918 Tijdens de nacht proberen de Duitsers 2 Belgische voorposten in te nemen te NW van Diksmuide. De Belgen geven niet opJ
07 maart 1918 Duitse aanval op Merkem
12 maart 1918 Belgische aanval op Lombardsijde
18/20 maart 1918 Duitse offensieven op Nieuwpoort & Diksmuide dat door de Belgen verdedigd wordt.
27 maart 1918 Het Belgische leger bezet de lijn vanaf de zee tot Langemark (40 km)
27 augustus1918 Belgische eenheden nemen 4 km van de Duitse frontlijn in te Langemark
07 september 1918 Opnieuw Duitse actie te Merkem
09 september 1918 Kleine Belgische vooruitgang te Merkem
11 september 1918 Belgisch offensief ten NO van Bikschote
12/13 september 1918 Duitse tegenaanval ten NO van Bikschote
18 september 1918 Vernieuwde Duitse tegenaanvallen ten NO van Bikschote
20 september1918 Belgisch offensief te Merkem
28 september1918 Begin van het Bevrijdingsoffensief

ron: Le Front de Flandres, Tome II, par Jean Massaert (Touring Club de Belgique, 1919)

De Medailles van Arnoldus Kelchtermans

Medaille Set

Leopoldsorde

De Leopoldsorde is één van de drienationale Belgische orden, naast de Kroonorde, de Orde van Leopold II. De orde is de belangrijkste en hoogste Belgische onderscheiding.

Er zijn 3 afdelingen van "De Orde van Leopold I". Dit zijn de militaire, de maritieme en de burgerlijke variant.
De militaire afdeling van de Orde heeft gekruiste zwaarden tussen het kruis en de kroon en de maritieme afdeling gekruiste ankers.

De wet van 28 december 1838 wijzigde het aantal klassen van de Leopoldsorde dat van vier naar vijf overging door het toevoegen van de klasse van Grootofficier.
Deze vijf klassen zijn:

Grootlintdrager (Grand Cordon)
Grootofficier
Commandeur
Officier
Ridder

De Kroonorde

De Kroonorde is een van de drie nationale Belgische orden, naast de Leopoldsorde en de Orde van Leopold II.

De orde werd in het tweetalige land op 15 oktober 1897 als "Ordre de la Couronne" of "Kroonorde" ingesteld door Leopold II van België. De koning was behalve koning der Belgen ook eigenaar van de Congo, een groot gebied in Afrika dat later de kolonie Belgisch Congo zou worden. De orde was bestemd voor gebruik in het bestuur van dit Afrikaanse gebied. Bij de instelling van de orde werd "verdienste voor de Afrikaanse beschaving" met name als kwalificatie voor het verlenen van de onderscheiding genoemd. Toen de Belgische staat de kolonie in 1908 overnam werden ook deze drie koloniale orden tot orden van de Belgische staat

De orde is een moderne orde van verdienste. In 1908 was in de regelgeving sprake van "belangrijke artistieke, letterkundige of wetenschappelijke verdienste, verdienste in de commerciële of industriële wereld of voor langdurige trouwe dienst aan het land of in Afrika".

De Orde van Leopold II, de Koninklijke Orde van de Leeuw en de Orde van de Ster van Afrika werden tot aan de onafhankelijkheid vooral in Afrika toegekend. Toen de Congo in 1960 onafhankelijk werd verloren de laatste twee orden hun nut maar de Kroonorde werd en wordt nog veel uitgereikt.

De orde staat minder hoog in aanzien dan de Leopoldsorde. De administratie van de orde is aan het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken opgedragen maar de orde wordt voor verdiensten op allerlei gebied, de industrie, de handel, wetenschap, onderwijs, de strijdkrachten, cultuur en liefdadigheid toegekend. De Belgische regering gebruikt de Kroonorde in gevallen waar het verlenen van de Leopoldsorde niet gewenst is. Zo is de Nederlandse koningin Grootlint in de Leopoldsorde en werden de Prins en Prinses van Oranje Grootkruisen in de Kroonorde. Zij kunnen dus nog worden gedecoreerd wanneer zij te zijner tijd Koning en Koningin der Nederlanden zullen zijn.

De orde wordt veel gebruikt in het diplomatieke verkeer. De Belgische regering verleent de orde in het kader van staatsbezoeken en, op basis van reciprociteit oftewel wederkerigheid, bij het vertrek van de vertrekkende in België geaccrediteerde ambassadeurs.

Onderofficieren en soldaten, lagere ambtenaren of burgers die handenarbeid verrichten krijgen in plaats van een Ridderkruis de gouden of zilveren Palmen van de Kroonorde uitgereikt.[1] De Kroonorde weerspiegelt in het decoratiebeleid nog de standenmaatschappij van de 19e eeuw.

De Kroonorde is onderverdeeld in graden waaraan een titel is gekoppeld:
De Koning der Belgen is Grootmeester van de Kroonorde.
Grootkruis BAR.svg Grootkruis
Grootofficier
Commandeur
Officier
Ridder
Gouden Palmen
Zilveren Palmen
Gouden Medaille
Zilveren Medaille
Bronzen Medaille

Het verlenen van de orden gebeurt meestal op 8 april (geboortedag van koning Albert I) en op 15 november (Koningsdag). Op deze gewoonte worden uitzonderingen gemaakt bij staatsbezoeken en andere bijzondere gelegenheden.

Orde van Leopold II

De Orde van Leopold II  werd in 1891 door koning Leopold II van België ingesteld in de Kongo-Vrijstaat, die zijn privébezit was. Het motto van de orde is "l'Union fait la force" of "Eendracht maakt macht" en de orde werd voor verdienste voor de Congo en het staatshoofd toegekend. Toen Congo in 1908 een Belgische kolonie werd werd ook de orde overgenomen door het koninkrijk België. Ook na de onafhankelijkheid van de kolonie werd de Orde nog tot de Belgische ridderorden gerekend. De Orde van Leopold II is één van de drie nationale Belgische orden, naast de Kroonorde en de Leopoldsorde. De Orde wordt nu aan burgers en militairen voor bijzondere diensten aan de koning en als "teken van zijn persoonlijke hoogachting" verleend. De ridders moeten veertig jaar oud zijn. De ridderorde wordt door het Ministerie van Buitenlandse Zaken geadministreerd en kent vijf klassen en drie medailles die meestal op 8 april (geboortedag van koning Albert I) en op 15 november (Koningsdag) worden verleend.

Graden en versierselen van de orde

.Grootmeester (Deze functie is gereserveerd voor de koning der Belgen.)

Grootkruis
Grootofficier
Commandeur
Officier
Ridder
Gouden Medaille
Zilveren Medaille
Bronzen Medaille

Militairen die vanwege hun dapperheid in een dagorder werden vermeld dragen een gouden of zilveren palmtak op hun lint van de vierde of vijfde klasse. Op de palmtak staat een "A" of "LIII" voor de koningen Albert I en Leopold III. Zij dragen ook een gouden streep of bies op het lint van de orde.

Het Oorlogskruis 1914-1918

Dit bronzen kruis is ingesteld op 25 oktober 1915 en werd toegekend aan militairen voor een daad van moed tegenover een vijand. Ook buitenlands militairen konden deze medaille verkrijgen. Naast daden van moed kwamen nog andere omstandigheden voor uitreiking in aanmerking: bv. militairen met minstens 5 frontstrepen (3 jaar frontdienst ) voor goed gedrag, vrijwilligers ouder dan 40 of jonger dan 16 jaar met minstens 18 maand dienst in een gevechtseenheid, ontsnapte krijgsgevangenen welke opnieuw in militaire dienst traden of militairen welke, omwille van oorlogsverwondingen, op inactief werden geplaatst, kregen eveneens het Oorlogskruis toegekend.

Een aantal emblemen konden op het lint aangebracht worden voor Vermelding in de Dagorde: een Vermelding op legerniveau bracht een bronzen palm met de letter "A" (Koning Albert I) met zich mee, vijf dergelijke vermeldingen werden omgezet in een zilveren palm en vijf zilveren in een gouden palm; Vermeldingen op divisie- of regimentsniveau werden aanvankelijk gekenmerkt door bronzen, zilveren of gouden leeuwtjes maar deze werden later afgeschaft en vervangen door de eerder beschreven palmen.

Tevens kan een kleinere versie van een schouderkoord van een Belgische ridderorde op het lint aangebracht worden, zoals bv. de Orde van Leopold I. Dit moet echter wel beschouwd worden als een niet-officiële draagwijze.

De voorzijde van het kruis, dat gekruiste zwaarden tussen de kruisarmen heeft, toont een klimmende leeuw in het medaillon, de achterzijde is identiek behalve voor de vervanging van de leeuw door het koninklijk monogram "A". Het lint is rood met vijf groene strepen.

De Medaille van de Gewapende Weerstand 1940-1945

Deze medaille werd ingesteld op 16 februari 1946 voor uitreiking aan alle leden van de gewapende weerstand en aan leden van de inlichtingendienst welke in bezet gebied opereerden.

De kleuren van het lint zijn symbolisch : zwart voor de sombere dagen onder de bezetting, groen voor de hoop op bevrijding en rood voor het bloed vergoten door de leden van de Weerstand.
 

De IJzermedaille 1914-1918

Uitgereikt aan diegenen welke, tussen 17 en 31 oktober 1914, deel uitmaakten van het leger strijdend aan de IJzer ("Yser" in het Frans) en er uitmuntend gestreden hebben.

Deze bronzen medaille (met een groene tint en met een medaillon in groen email bovenaan) werd ingesteld op 18 oktober 1918 en volgt in belangrijkheid onmiddellijk op het Oorlogskruis 1914-1918. Ook geallieerde militairen welke aan de IJzerslagen deelnamen, kwamen in aanmerking.

Op de voorzijde staat een naakte, gehelmde man met een lans (het tot staan brengen van de Duitse aanval symboliserend) met aan de rechterzijde de data "17-31 / OCT. / 1914". In het geëmailleerde medaillon kan men het woord "YSER" lezen. Op de achterzijde zit een gewonde leeuw met een slagveld als achtergrond en met onderaan opnieuw het woord "YSER" terwijl in het medaillon het koninklijk monogram, de letter "A" (Koning Albert I) is aangebracht. Het lint is rood (bloed) met brede zwarte (rouw) randen.

Deze medaille is, zowel wat de voorzijde als de achterzijde betreft, van een povere kwaliteit voor een ereteken met een dergelijke historische waarde : tijdens de gevechten aan de IJzer tussen de vermelde data bracht het Belgische Leger de Duitse opmars, onder Generaal von Falkenhayn, tot staan en verloor zowat 60.000 man aan gesneuvelden en gekwetsten, meer dan een derde van de totale sterkte van het toenmalige Belgisch Leger ! 

Yserpenning

Het Vuurkruis 1914-1918

Uitgereikt aan allen die de "Vuurkaart" hadden ontvangen, m.a.w. allen die aan het front onder vuur gelegen hadden.

Dit bronzen kruis, met korte, brede armen, werd ingesteld op 6 februari 1934 en wordt onmiddellijk na de IJzer Medaille (of Kruis) gedragen. Het Vuurkruis kon niet posthuum worden uitgereikt. Op de grote rechthoek aan de voorzijde is een verlaten slagveld te zien, geflankeerd door een vertikale lauwertak : vooraan een helm op een bajonet, achteraan een heuvel met een 75mm geschut terwijl de zon tussen enkele wolken schijnt.. De keerzijde toont in het paneel een koningskroon van waaruit zeven stralen vertrekken en een grote lauwertak waarover de Latijnse tekst "SALUS PATRIAE / SUPREMA LEX" is aangebracht. De jaartallen "1914 / 1918" staan rechts onderaan terwijl linksonder de naam van de ontwerper van het ereteken, A. Rombaut, is vermeld. Het lint is rood met lichtblauwe randen en een centrale streep in diezelfde kleur.

 

De Overwinningsmedaille 1914-1918

Uitgereikt aan allen die dienst deden in het gemobiliseerde Belgische leger tussen 1 augustus 1914 en 11 november 1918.

Deze bronzen medaille, aanvankelijk voorgesteld door de Franse veldmaarschalk Foch als een inter-geallieerde medaille en als dusdanig ook aangenomen, werd ingesteld op 15 juli 1919. Ze volgt onmiddellijk na de IJzermedaille en door latere decreten kon ze ook worden toegekend aan bv. deelnemers aan de Afrikaanse kampagnes, leden van de koopvaardijvloot en vissers enz.

Op de voorzijde is de overwinningsgodin afgebeeld met uitgespreide vleugels en staand op een wereldbol. In haar linkerhand houdt ze een lauwerkrans, in haar rechter een zwaard en een lauwerkrans. De keerzijde toont, binnen een lauwerkrans, het Belgische wapen en omheen de rand is de tweetalige tekst "LA GRANDE GUERRE POUR LA CIVILISATION. DE GROOTE OORLOG TOT DE BESCHAVING". Het lint is van het gebruikelijke "regenboog"-type.
   

Herinneringsmedaille van den oorlog 1914-1918

Toegekend aan Belgische burgers die in de rangen van de Belgische strijdkrachten dienden gedurende de Wereldoorlog en voldeden voor de criteria van de Overwinningsmedaille.

Deze bronzen, enigszins driehoekinge medaille werd ingesteld op 21 juli 1919 en kon voorzien worden van een aantal emblemen : een kroon voor vrijwilligers, een zilveren balkje per frontstreep, een verguld balkje ter vervanging van 5 zilveren, een rood email kruis voor elke wondstreep enz. Frontstepen werden als volgt toegekend : de eerste streep na één jaar frondienst, de volgende frontstreep voor elke volgende 6 maand frontdienst. Marinepersoneel en vissers konden een anker op het lint aanbrengen indien ze ook de Maritieme Decoratie hadden ontvangen. Leden van het Expeditiekorps voor Rusland ontvingen een balk "1916-R-1917" of "1916-R-1918".

De voorzijde van de medaille toont het gehelmde hoofd van een soldaat waarbij de helm is versierd met een lauwertak. In de onderste hoeken van de medaille staan de jaartallen "1914" en "1918" terwijl bovenaan de medaille een klimmende leeuw, omgeven door een eikelooftak (links) en een lauwertak (rechts). De ommezijde heeft een tweetalig inschrift, onder een koningskroon geflankeerd door een eikelooftak (links) en een lauwertak (rechts) : "MEDAILLE COMMEMORATIVE / DE LA CAMPAGNE / 1914-1918 / HERDENKINGSMEDAILLE / VAN DEN VELDTOCHT".

Herinneringsmedaille van den Oorlog 1940 - 1945

Deze licht bronzen medaille is de meest voorkomende onderscheiding onder de Belgische eretekens voor de Tweede Wereldoorlog. Ingesteld op 16 februari 1945 werd ze toegekend aan allen die tijdens de oorlog (dus tussen 10 mei 1940 en 7 mei 1945) dienst deden in een eenheid van de Belgische strijdkrachten, van de weerstand, de koopvaardijvloot, enz. aan de zijde van de Geallieerden.

Op de voorzijde staat een grote letter "V", het "Victory"-teken bekend van Winston Churchill symboliserend, met daarin de kop van een brullende leeuw en de jaartallen "1940" en "1945". De achterzijde heeft een tweetalige tekst welke de titel van de medaille weergeeft.

Een aantal lintemblemen werden ingesteld, o.a. twee gekruiste bronzen sabels (of gekruiste ankers voor zeelui) voor diegenen welke aan de 18-daagse veldtocht hadden deelgenomen (later uitgebreid tot aktieve dienst in de strijdkrachten of de weerstand), emblemen voor oorlogsverwonding, vermelding op de dagorde, voor vrijwilligers, voor geheim agenten, krijgsgevangenen, enz. en balken (sommige ellipsvormig) ter herdenking van veldslagen en operatiegebieden

De Medaille van de Militairstrijder van de Oorlog 1940 - 1945

Op de voorzijde staat een Romeins zwaard, met de punt naar omhoog, op de vertikale armen van een kruis. Op de horizontale armen staan de jaartallen "1940" en "1945". Zeer laat ingesteld, op 19 december 1967, werd dit ereteken toegekend aan allen die, tijdens de oorlog, streden in de rangen van de Belgische strijdkrachten in Groot-Britannië.
 

Militair eereteeken 2de klasse

Uitgereikt aan onderofficieren en soldaten van de Belgische strijdkrachten ofwel voor trouwe dienst, ofwel voor moed of uitzonderlijke verdienste (Artikel 4).

De Militaire Decoratie werd ingesteld op 22 december 1873 en, vroeg in de 20ste eeuw, werd een decreet uitgevaardigd waardoor deze onderscheiding in twee klassen werd opgesplitst. De Decoratie 2de Klasse werd uitgereikt voor 10 jaar dienst, vijf supplementaire jaren geven recht op een chevron op het lint, de 1ste Klasse.

Indien dit ereteken echter werd uitgereikt voor een daad van moed of voor uitzonderlijke verdienste (Artikel 4 van de statuten van de Militaire Decoratie), werd het lint gewijzigd in een rood lint met de nationale Belgische driekleur aan de randen. Indien deze "Artikel 4" uitreiking het gevolg is van oorlogsdaden, wordt een zilveren palm met het koninklijk monogram op het lint aangebracht.

De Herinnerinsmedaille aan de Regeerperiode van Leopold II 1865 1909

Ingesteld op 21 juli 1905, werd deze bronzen, vergulde medaille toegekend aan hen die, tussen 1865 en 1905, minstens 20 jaar trouwe dienst hadden bereikt en tevens aan de voorwaarden voor toekenning van de Burgerlijke Decoratie voor Trouwe Dienst in de Administratie (zie hoger) voldeden. Veel later, in het begin van de 50-er jaren, werden medailles met andere jaartallen (1865-1909 en 1885-1909) op de keerzijde geslagen voor uitreiking aan gewezen militairen en oud-leden van de koloniale "Force Publique".
   

Herinneringsmedaille van de Regering van zijne Majesteit Albert I

Deze medaille werd pas ingesteld op 17 februari 1962 voor uitreiking aan militairen in dienst of gewezen militairen, voor trouwe en goede diensten, tussen 18 december 1909 en 18 februari 1934, in het belang van de strijdkrachten.

Erkentelijkheidsmedaille van de Unie der Verbroedering van het Geheim Leger

Geheim Leger

Het Geheim Leger was een gewapende Belgische verzetsgroepering tijdens de Tweede Wereldoorlog, ook bekend onder de benamingen 'Het Belgisch Legioen' en 'Het Leger van België'. De stichter was Charles Claser.

Geschiedenis

Ontstaan

Deze verzetsgroepering bestond vooral uit achtergebleven en oud-beroepsmilitairen.

Oorspronkelijk was het doel van deze groepering een militair bestuur op te richten en de koning, Leopold III, grotere bevoegdheden toe te kennen bij een Duitse terugtrekking. Dit was aan het begin van de oorlog. Vele militairen zagen de oorzaak van de Belgische nederlaag in het falen van het vooroorlogse politieke regime. De militairen waren aanhangers van een sterke uitvoerende macht in handen van de koning. Tijdens de eerste maanden van de bezetting bleek overal de militaire zege van de Duitsers. Velen dachten dat vredesonderhandelingen niet meer veraf waren en dat deze ertoe zouden leiden dat Duitsland zijn troepen uit België zou terugtrekken. Uit angst dat separatistische en/of extreem-linkse groeperingen van dit machtsvacuüm zouden profiteren, troffen de militairen maatregelen. In die sfeer ontstond het Belgisch Legioen, La Phalange en Het Heropgericht Leger. In juni 1941 fusioneerden deze drie para-militaire groeperingen tot Het Legioen van België.

De oorlogskansen keren

Vanaf juni 1941 keerden de oorlogskansen in het voordeel van de geallieerden. Groot-Brittannië zette de strijd ondanks alles verder en kreeg daarbij in de loop van 1941 de steun van de USSR en de VS. Een Duitse overwinning was dus niet meer vanzelfsprekend. De politieke ambities van de groep kwamen daardoor op de achtergrond en hun militaire karakter werd belangrijker. Om de Duitsers om de tuin te leiden bleef deze eerste doelstelling echter in de statuten staan.

Eind 1941 was het Legioen uitgegroeid tot een sterk gestructureerde beweging met een actieterrein over heel België. De Belgische regering in ballingschap vertrouwde het Legioen niet, vanwege haar oorspronkelijke politiek doel. Claser werd naar Londen gestuurd om het misverstand recht te zetten. Het Legioen had immers dringend erkenning, geld, richtlijnen en wapens nodig.

Stroeve contacten met Londen

Op 17 maart 1942 vertrok Claser naar Engeland met agent Philippe de Liedekerke. Claser droeg daarbij de leiding van het Legioen over aan Charles Vander Putten. Hij kwam in Londen aan op 18 juli 1942 en werd ontvangen door de SOE (Special Operations Executive) en de Belgische Tweede sectie van het Ministerie van Landsverdediging. De Belgische Staatsveiligheid hoorde pas drie dagen later van zijn aankomst, nochtans moesten zij eerst de aangekomen Belgen ondervragen. Het wantrouwen dat de regering in ballingschap al tegenover Claser koesterde, werd daardoor versterkt. SOE en de Tweede Sectie besloten intussen Claser een militaire opdracht te geven. Deze opdracht maakte deel uit van een groot geallieerd plan (het plan "Action"). Claser beloofde dat hij daarbij zou afzien van alle politieke bedoelingen. Ze beloofden het Legioen ook een marconist, zodat ze in directe verbinding zouden staan met Londen. Claser vertrok terug naar België op 8 augustus 1942, zonder nog met de Staatsveiligheid te praten. Dat zette kwaad bloed, met het gevolg dat de chef Bernard van de Tweede Sectie werd ontslagen. De Belgische regering verklaarde geen opdracht gegeven te hebben aan Claser en in oktober 1942 kregen de inlichtingendiensten het bevel de contacten met Claser te verbreken.

Intussen was in de nacht van 27 op 28 augustus 1942 operatie Sprinbock uitgevoerd, die voor de radioverbinding tussen Claser en SOE moest zorgen. De agenten waren Jean Sterckmans en Nestor Bodson. Ze werden echter opgepakt door de Geheime Feld Polizei (GFP), die via de Abwehr op de hoogte was van de dropping. Beide agenten werden onder een valse naam opgesloten en later naar Duitsland overgebracht. De Duitsers noemden de operatie Pilgerchor. Op 29 augustus 1942 kwam Claser terug aan in België. Hij heeft waarschijnlijk nooit geweten waarom de beloofde marconist uit Londen niet kwam opdagen.

Ondanks de Londense campagne tegen zijn persoon, recruteerde hij toch mensen uit het Belgisch Legioen en de Nationale Koningsgezinde Beweging (NKB) voor de uitvoering van het plan Actie. Daartoe richtte hij het Belgisch Vrijkorps voor Militaire Actie op. Uit veiligheidsredenen en omdat Bastin waarschijnlijk tegen de uitvoering van het plan gekant was, werd het Vrijkorps gescheiden van Het Legioen.

Omdat hij toch erkenning wilde van Londen, besloot hij met zijn adjunct Defroyennes terug naar Londen te vertrekken op 2 november 1942. Het Vrijkorps kwam onder leiding van kolonel Siron en Het Legioen stond intussen onder leiding van kolonel Bastin. Bij het overschrijden van de demarcatielijn werden ze echter aangehouden op 6 november 1942 en opgesloten onder hun schuilnamen Van den Hende (Claser) en Raoul Devergnies (Defroyennes) in de gevangenis van Dole.

Onder bevel van Bastin

Intussen had de nieuwe bevelhebber, kolonel Bastin, belangrijke veranderingen doorgevoerd in het Legioen, onder andere decentralisatie. De para-militaire groepering zou voortaan Het Leger van België heten, om het louter militaire karakter te benadrukken. In tegenstelling tot Claser kreeg Bastin wel gehoor in Londen en kreeg hij zelfs een militaire opdracht. Voortaan werd hij door de Belgische regering als aanvoerder van de Belgische clandestiene troepen beschouwd, dit door tussenkomst van Jean del Marmol en François de Kinder, de schoonbroer van eerste minister Hubert Pierlot.

Verraad

Via een gemeenschappelijke vriend kwam een leider van het Vrijkorps, Stiers, in contact met Abwehr-topagent Prospère Dezitter en zijn minnares Florentine Giralt. De V-groep deed zich voor als Britse agenten en slaagden erin het vertrouwen te winnen van de leiding van het Vrijkorps. Belangrijk daarbij was de nep-ontsnapping van Claser en Defroyennes. De Abwehr deed het Vrijkorps geloven dat Claser en Defroyennes in Engeland waren toegekomen, in werkelijkheid zouden ze echter allebei sterven in het uitroeiingskamp van Groß-Rosen.

Door de valstrik werden heel wat (historici spreken van minstens 137 mensen) leiders van het Vrijkorps en Het Leger van België gearresteerd. De Abwehr had immers ledenlijsten van het Vrijkorps in handen. Van de gearresteerden kwamen er veel om in Duitse kampen.

Het Vrijkorps was opgerold, maar het Belgisch Leger bleef bestaan, intussen onder leiding van kolonel Ivan Gérard, met instemming van de Belgische regering in balling. Reservekapitein Adelin Marissal werd op 3 juli 1943 gedropt met de zending Stanley. Hij kreeg instructies mee van de regering voor de structurering en organisatie van de geheime troepen en de inschakeling in toekomstige militaire operaties.

Het Geheim Leger

Kolonel Ivan Gérard vertrok in februari 1944 naar Londen en droeg het bevel over aan Luitenant-generaal Jules Pire. Het Belgisch Leger (voordien Belgisch Legioen) werd nu het Het Geheim Leger genoemd.

Na de landing in Normandië

De belangrijkste acties van het Geheim Leger (en zijn voorgangers) kwamen na juni 1944, vooral na de landing van de geallieerde strijdkrachten in Normandië. Op dat moment verstoorde het Geheim Leger, met intussen 54.000 leden, het treinverkeer, de bruggen en communicatielijnen van de bezetter. Verdere militaire acties tijdens de bevrijding bleven beperkt, gezien de snelle opmars van de geallieerde troepen, tenzij in de Ardennen, waar nog enige strijd te leveren was.

Het Geheim Leger slaagde er ook in vele Duitse soldaten gevangen te nemen en hun aftocht te bemoeilijken. Tijdens, en ook na de bevrijding, bood het Geheim Leger ook nog hulp aan de geallieerde troepen.

Demobilisatie

Demobilisatie van het Geheim Leger kwam er in oktober 1944. Het Leger telde toen 54.314 erkende leden en was daarmee de grootste gewapende verzetsorganisatie van België. Meer dan 4000 van haar leden stierven bij of na hun arrestaties in gevangenschap.

KUVGL

De KUVGL (koninklijke unie der verbroederingen van het geheim leger) werd opgericht na de Tweede Wereldoorlog en komt voort uit het geheim leger. Deze unie bleef bestaan tot 2002.

SGL

Na 2002 werd de KUVGL ontbonden en werd de SGL opgericht. SGL staat voor Stichting Geheim Leger (in het Frans: FAS of Fondation Armée Secrète).

Medaille Wapenstilstand 1918 - 1968

Onbekende Medaille

Diverse penningen

Guldenboek Der Vuurkaart

Het Guldenboek werd uitgegeven tijdens de jaren dertig, met de allerlaatste editie in 1940, door het Uitgevershuis J.Rozez te Brussel. Het bevat namen en foto's van oorlogsveteranen die in het bezit waren van een Vuurkaart. De veteraan die in het boek wou vermeld worden moest hiervoor een formulier invullen. Daar moest hij o.a. opgeven welke onderscheidingen hij had ontvangen. Via hetzelfde formulier kon hij ook het boek bestellen. Ter controle van de verstrekte info werden er huisbezoeken afgelegd waar de nodige bewijzen diende voorgelegd te worden. Een deel van de opbrengst van het boek diende ter ondersteuning van het "Fonds der grootse verminkten en invallieden".

Bij contante betaling kostte het boek 295 bef. Bij betaling van een voorschot van 100 bef. was dit 310 bef. Er kon ook in maandelijkse schijven betaald worden, maar dan kostte het 325 bef. Klik op de facturen voor de vergrootte versie.

Het boek bestaat uit diverse edities. Dit waren 8 Nederlandstalige en 8 Franstalige, met diverse bijvoegsels . Volgende edities werden uitgebracht:
1933-1934/ 1934-1935/ 1935-1936/ 1936-1937/ 1937/ 1937-1938/ 1938-1939 en 1940. De editie 1940 is geen aparte editie maar telkens een kopie van één van de voorgaande edities met mogelijk enkele afwijkingen. De Nederlandstalige edities zijn, uitgenomen de beschrijving van de regimenten, identiek aan de Franstalige. Op de beginpagina van het boek staat telkens een voorbeeld van een Vuurkaart. Elke veteraan die het boek bestelde ontving een gepersonaliseerde versie met een afbeelding van "zijn" vuurkaart. Onze medewerker, Ludo, weet hierover nog te vertellen dat de houders der vuurkaart van diverse voordelen konden genieten. Zo verkregen ze 75 % korting op trein, tram en busvervoer in Belgie. Op medisch vlak bezaten ze het recht om gratis op consultatie te gaan naar een speciaal aangestelde dokter en kregen een fikse korting op (of gratis) de voorgeschreven medicatie . Hiervoor bestonden speciale formulieren, die ze moesten meenemen op doktersbezoek. De frontstrepen leverden (vanaf hun 45e jaar) een rente op, die driemaandelijks werd uitbetaald met een postassignatie, en het bedrag was uiteraard afhankelijk van het aantal strepen.

Pet

Vlag / Vaandel / Stickers

Kaart / Envelop

Foto's

Arnoldus Kelchtermans = bovenaan rechts (steekt er boven uit) zijn vader = onderaan rechts met de zaag. (die waren destijds aan het "Kamp van Beverlo" aan het timmeren)  
Een foto op de trappen van de kerk met de oud strijders en bovenaan Arnoldus met zijne Drapeau (vlag). Een foto van mogelijks een gouden bruiloft en een haag met alle oud strijders van Leopoldsburg (zijn kleinzoon staat net achter hem).
Foto vier geslachten  

Het blad van de Karpat met een verslag over de oudste Karpat en zijn Briljanten bruiloft